De manier waarop een carbon onderdeel uithardt, bepaalt in grote mate de sterkte, het gewicht en de optiek ervan. Veel kopers letten op het zichtbare weefsel en het gepolijste oppervlak – de werkelijke kwaliteit ontstaat echter verborgen, namelijk tijdens de uitharding. De autoclaaf geldt hierbij als de meest geavanceerde, maar tegelijk ook krachtigste methode. Welke procedures er daarnaast zijn en waarin ze zich in de productie onderscheiden, leest u op deze pagina.
Koolstofvezelversterkte kunststof – kortweg CFK – is een klassieke composiet. Het ontstaat uit het samenspel van twee volledig verschillende componenten, die afzonderlijk weinig voorstellen, maar samen uitgroeien tot een van de sterkste en lichtste materialen die er zijn.
De twee bestanddelen:- De vezel: Duizenden uiterst fijne carbonvezels worden tot strengen gedraaid en tot matten geweven. Ze dragen de mechanische belasting en zijn extreem treksterk – maar alleen in vezelrichting.- De matrix: Een thermohardende hars omhult de vezels, fixeert ze in hun positie en maakt pas de driedimensionale vorm mogelijk. Het onderdeel wordt pas belastbaar wanneer deze hars uithardt.
Een thermohardende matrix kan na het uitharden niet opnieuw vloeibaar worden gemaakt – het proces is onomkeerbaar. Juist daarom moet de uitharding gecontroleerd en onder optimale omstandigheden verlopen. Bij de verwerking van koolstofvezel geldt de vuistregel: zoveel hars als nodig, zo weinig mogelijk. Te veel hars verhoogt het gewicht en ontneemt de stabiele vezels hun dragende rol.
Om de hars te laten vernetten, is energie nodig – meestal in de vorm van warmte. Druk, temperatuur en inspanning verschillen sterk per methode. En daarmee ook het resultaat.
Bij natlaminaat impregneert de verwerker het droge weefsel met de hand met hars en legt het vervolgens in een mal. De uitharding verloopt exotherm: de hars genereert tijdens het vernetten zelf warmte en hardt uit bij kamertemperatuur – helemaal zonder extra oven.
Voordelen:- Lage investeringskosten, nauwelijks technische uitrusting nodig- Goed geschikt voor grote onderdelen en kleine series- Eenvoudige, snel aan te leren verwerking
Nadelen:- Harsgehalte moeilijk te controleren, daardoor hoger gewicht- Luchtinsluitingen en ongelijkmatige materiaaldichtheid mogelijk- Lagere sterkte dan bij drukgebaseerde processen
Typische toepassing: scheepsrompbouw, decoratieve kuipdelen en prototypes.
Het RTM-proces (Resin Transfer Moulding) maakt gebruik van een tweedelige, gesloten mal. Het droge vezelweefsel wordt erin geplaatst, het gereedschap wordt gesloten en vervolgens wordt vloeibare hars onder druk in de holte geïnjecteerd.
Voordelen:- Aan beide zijden gladde oppervlakken direct uit de mal- Goed reproduceerbaar bij middelgrote tot grote aantallen- Minder emissies door het gesloten proces
Nadelen:- Hoge gereedschapskosten door tweedelige mallen- Complexe uitwerking van de harsstromingswegen- Minder flexibel bij filigrane geometrieën
Typische toepassing: seriedelen voor de auto-industrie en structurele onderdelen in grotere aantallen.
Bij het prepreg-proces zijn de vezels al bij de fabrikant voorgeïmpregneerd met een exact gedoseerde hoeveelheid hars. Het materiaal wordt in een CNC-gefreesde negatieve mal gelamineerd, in een vacuümzak verpakt en in de autoclaaf uitgehard – een overdrukoven die tegelijk hitte en druk uitoefent.
De term prepreg staat voor “pre-impregnated”, dus voorgeïmpregneerd vezelweefsel. Deze voordosering zorgt ervoor dat alleen het strikt noodzakelijke aan hars in het onderdeel achterblijft. Een absorberend vlies in de vacuümzak neemt tijdens het proces bovendien overtollige hars op.
Voordelen:- Optimale vezel-harsverdeling en daarmee maximale sterkte- Minimaal gewicht door uitgeperste overtollige hars- Vrijwel geen luchtinsluitingen dankzij vacuüm en overdruk- Gelijkmatige, hoogwaardige oppervlaktekwaliteit
Nadelen:- Hoge technische en financiële inspanning in de productie- Prepreg moet gekoeld worden opgeslagen en vervoerd- Lange procestijden en dure installatietechniek
Typische toepassing: Formule 1, MotoGP, luchtvaart en hoogwaardige motoronderdelen.
Wanneer men de processen naast elkaar zet, ontstaat een duidelijk beeld. Natlaminaat scoort op prijs, RTM op seriematige geschiktheid – maar zodra maximale sterkte bij minimaal gewicht gevraagd is, leidt er geen weg voorbij aan de autoclaaf.
De doorslag geeft de combinatie van vacuüm, overdruk en gecontroleerde temperatuur. Het vacuüm verwijdert zelfs de kleinste luchtinsluitingen, de overdruk perst de lagen stevig samen en drukt overtollige hars eruit. Wat overblijft is een onderdeel met een vrijwel perfecte vezel-harsverhouding – noch verzwakt door holtes, noch verzwaard door te veel matrix.
Dat deze inspanning de moeite waard is, bewijst het gebruik in de meest veeleisende disciplines. Waar elke gram telt en onderdelen bestand moeten zijn tegen de hoogste mechanische belastingen, vertrouwt men op carbon dat in de autoclaaf is vervaardigd. Diezelfde zorgvuldigheid vloeit bij Ilmberger in elk onderdeel – na te lezen in het traject van prepreg-ruwdeel tot afgewerkt carbon onderdeel.
Voor u als klant vertaalt het uithardingsproces zich in merkbare eigenschappen: minder gewicht, meer stabiliteit en een oppervlak met de typische dieptewerking. Daar komt de waardevastheid bij die hoogwaardig CFK jarenlang kenmerkt.
Deze kenmerken spreken voor autoclaaf-carbon van Ilmberger:- Uitsluitend prepreg-materiaal met gecontroleerde harsdosering- Uitharding in de autoclaaf onder druk en hitte- TÜV-geteste kwaliteit en onderdelen met ABE (algemene gebruiksvergunning – de toelating voor het wegverkeer zonder individuele keuring)- Bescherming door de eigen kunststofpoedercoating
Elke uithardingsmethode heeft zijn bestaansrecht – van het voordelige natlaminaat via het seriematige RTM tot de topklasse in de autoclaaf. Wie compromisloze kwaliteit, laag gewicht en maximale sterkte zoekt, maakt met autoclaaf-carbon de beste keuze. De hogere productie-inspanning betaalt zich direct terug in de duurzaamheid en prestaties van uw onderdeel.